Over Gerrit van den Wald

Gerrit van den Wald was een van de pseudoniemen van de krantenuitgever Gérard Teulings (1855 – 1916). Onder deze naam schreef hij vanaf ongeveer 1885 wekelijks feuilletons en columns in de “Provinciale NoordBrabantsche en ‘s-Hertogenbossche Courant”.

Deze korte verhalen uit het dagelijks leven van Den Bosch en omgeving vonden destijds veel weerklank bij de lezers van die krant. Van den Wald deed zich daarbij voor als een betaald medewerker in dienst van de krant. Hij ontving veelvuldig reacties van lezers op zijn schrijfsels en soms zelfs suggesties voor onderwerpen.

Hij probeerde een breed stedelijk en provinciaal lezerspubliek te bereiken door de verhalende tekst in het Nederlands te schrijven en het Brabants taaleigen slechts te gebruiken voor de dialogen van zijn personages in de spreektaal.

Voor de meer geletterden bevatte zijn verteltrant literaire verwijzingen en citaten uit binnen- en buitenlandse belletrie en geschiedschrijving.

Gezicht op Den Bosch

In het logo is een vaag uitzicht zichtbaar op de “Bossche Broek” naar een pastel van Frans Slager, een tijdgenoot van Gerrit van den Wald. Op de voorgrond een platbodem op stoom met een stellage vermoedelijk om riet te snijden of om vee over te zetten. Tot in onze tijd is dit uitzicht min of meer in tact gebleven.

‘s-Hertogenbosch was in 1850 nog een stad van rond de 20.000 inwoners, maar omstreeks 1900 sterk aan het uitbreiden. Behalve garnizoensstad was het ook een marktstad, niet alleen met een dagmarkt en een veemarkt, maar ook van groothandel, neringdoenden en commissioniairs voor de lange afstandshandel.

Vanouds lag het accent op de nijverheid in het drukkersvak en de goud- en zilversmederij vooral in relatie tot de kerkelijke kunst. Fabrieken waren er slechts in beperkte mate.

In het laat 19e eeuwse tijdsbeeld dat in de schetsen van Van den Wald wordt opgeroepen, spelen ook de nog gesloten boerengemeenschappen met hun kleine kring van notabelen en burgerlijke en adellijke grondbezitters een belangrijke rol. In een landschap van vennen en heide dat nog betrekkelijk ongeschonden was.